Leen van Haaften

De tekst die ik via, via, tegen kwam om social media, over ‘De manager’, blijkt geschreven te zijn door Leen van Haaften. Op zijn site tref je tal van prachtige gedichten en verhalen aan en dus ook dit verhaal. De tekst die ik onder ogen kreeg is niet helemaal gelijk aan de oorspronkelijke tekst en daarom publiceer ik deze hieronder voor de goede orde.

What do you think we’re fighting for?

Jaren geleden maakte ik al eens een artikel over een belangrijk moment van besef in de moderne geschiedenis. Toen er nog mensen rondliepen die iets begrepen van het belang van kunst en cultuur. Nu dit door onze huidige bewindslieden actief wordt afgeserveerd breng ik het opnieuw onder de aandacht. Mijn oog viel onlangs op een tekst die op social media de ronde deed. Dat betreft het artikel hieronder.

Met de VVD voorop worden wij weggezet als subsidievreters

In dit neoliberale tijdsgewricht worden de kunsten verdacht gemaakt. De tactiek is altijd dezelfde, betoogt kunstenaar Tom S. Hageman.
Tom S. Hageman16 december 2019, 20:24


Toen men in het heetst van de Tweede Wereldoorlog aan Winston Churchill voorstelde geld weg te halen uit het cultuurbudget om de oorlogsinspanningen te bekostigen, keek hij verwonderd op en vroeg, ‘What do you think we’re fighting for?’
Het menselijk bestaan valt ruwweg te verdelen in een drietal basisbehoeften: materiële, emotionele en spirituele. Door de eerste overleven wij, door de tweede planten wij ons voort en door de derde onderscheiden we ons van alle andere dieren.

Churchills oorlog

Churchill wees hier op: materieel en emotioneel kunnen we net zo goed onder de nazi’s leven, we ­voeren oorlog om onze cultuur te beschermen.
Van de pakweg honderdduizend jaar menselijke geschiedenis is de laatste 40 duizend een culturele. De eerste getuigenissen van beschaving zijn kunstwerken: kleine beeldjes en grotschilderingen. Niet alleen in ­Europa, kunst ontwikkelde zich overal, ook in de meest geïsoleerde gemeenschappen. Aan de kunst is een gemeenschap ook te herkennen, het is de expressie van een samen­leving. Poëzie, muziek, beeldende kunst, het verbeeldt de ziel, de identiteit van een cultuur. Tegelijk is het de ingang tot nader begrip van onbekende culturen.

Nog honderd jaar geleden werd er onderscheid gemaakt tussen hogere en lagere kunst. De hogere hoorde bij de leefwijze van de (kleine) burgerlijke elite: theaters, concertgebouwen, musea werden vaak gesticht dank zij private initiatieven en financiële bijdragen uit die burgerklasse. De overgrote meerderheid van de bevolking had geen toegang tot hoger onderwijs met bijpassende levensstijl en behielp zich met levensliederen, volksdans en volkskunst: de zogenaamde lagere kunsten. De socialistische emancipatiebewegingen in de afgelopen eeuw beschouwden kunst dan ook als ‘het’ instrument tot ‘verheffing van het volk’.

Weinig verheffend

Het is weinig verheffend om te zien hoe uitgerekend de materiële erfgenaam van de burgerlijke elite van weleer, de VVD, nu is weggezakt in spirituele armoede.
Ooit was de welgestelde burgerij de beschermer van kunst en cultuur (zij het exclusief voor eigen kring), nu doet ze er alles aan om alles wat van betekenis, diepgang, hogere waarde is in de samenleving te dwarsbomen en waar mogelijk te vernietigen.
In de beeldende kunsten is alles wat na de oorlog werd opgebouwd aan ondersteuning, distributie, educatieve voorzieningen, vanaf het ­begin van de 21ste eeuw nagenoeg geheel afgebroken. Nu zijn de orkesten aan de beurt.

De tactiek is steeds hetzelfde: het begint met verdachtmakingen, scheldpartijen zelfs: kunstenaars worden uitgemaakt voor uitvreters, subsidieslurpers. Kunst en cultuur zijn overbodige uitwassen, want het leven draait immers om vreten, voortplanten en sterven.
Net als bij konijnen, wasberen, ratten en kakkerlakken. Dank zij de neoliberalen raken we honderdduizend jaar terug in de tijd.

De vertelavond

Traditiegetrouw beleefde ik weer de laatste voorstelling van het jaar in het Podium van Zaamslag met de vertelavond. Dit keer wel een heel bijzondere avond omdat mijn verhaal over de drieling van Terhole werd opgevoed door Jeanet d’Hont.

Rieneke van Wouwe

Het is een avond vol verhalen, boekpresentaties, muziek, poëzie en natuurlijk verhalen uit de streek. Deze avond werd o.a. het verhaal verteld van Dirk de Witte, de Terneuzense James Bond, ten tijde van de eerste wereldoorlog, die met zijn automobiel de Duitse consul over de grens met België vervoerde en zo, in een Duits uniform, verzetswerk kon verrichten. Dat zoiets niet zonder levensgevaarlijke omstandigheden werd uitgevoerd mag duidelijk zijn. Schrijfster Rieneke van Wouwe vertelde hierover en presenteerde zo haar boek over deze bijzondere Terneuzense geschiedenis. Je waant je dan al snel terug in de wereld van kolendamp, paardenstront op straat en kruitdamp van de strijdende partijen.

Afgewisseld met muziek vliegt de tijd en voor je het weet zie ik al de presentatie dia verschijnen van de drieling van Terhole. Ik heb een lading tekeningen afgegeven aan de regie van deze avond die de tekeningen, tijdens de voordracht, laten zien. Zelf mocht ik telkens op het knopje drukken om de juiste tekening op het juiste moment te kunnen laten verschijnen, waardoor ik er geen foto’s van kon maken.

Jeanet d’Hont deed de voordracht subliem. In het zuiver Axels. De vertaling van het verhaal in de streektaal werd vorig jaar gedaan door Meta Dieleman en Jeanet.

Om het verhaal enige agrarische uitstraling te geven had Theo zijn koe naar boven gehaald. Feitelijk een levensgroot knuffelbeest wat ongeveer net zo veel weegt als een echte koe.

Dik tevreden over deze avond poseren Theo (Hamelink) en ik nog even bij de koe. Speciaal voor deze avond steken we ons natuurlijk in streekdracht. Het boerengoed van Axel, waar we trots op zijn. Je zou er maar wonen, in het Land van Axel.

Drukke dag met kunstenmaken

Vandaag begon de dag met tekenen, schrijven, pagina’s maken, snijden van papier en het maken van een eerste dummy voor mijn boekje over het verhaal van de drieling van Terhole. Om half twaalf was ik aanwezig voor de lunch met de burgemeester Jan Lonink en twee wethouders, Jack Bagijn en Frank van Hulle, Brechtje van den Braak (Marketing, communicatie & consultancy van ‘Be the spark’) en Joost d’Hondt eigenaar van ‘t Zusje Terneuzen, in ‘t Zusje Terneuzen voor de presentatie van een omvangrijk en indrukwekkende visie over de voortgang en toekomst van de Mathildedag in Terneuzen en mogelijk ook heel Zeeuws Vlaanderen. Samen met Bureau Griffin’s Inc. is dit rapport samengesteld om nieuwe stappen te gaan zetten voor de toekomst van deze gedenkwaardige dag voor de stad, in een mooi vormgegeven ‘position paper’.

De presentatie vond natuurlijk plaats in de Mathildesalon. De lunch in het restaurant dat we helemaal voor ons zelf hadden. Inclusief bediening. De kok maakte voor ons een fantastische lunch en zo konden we met elkaar in een zeer ontspannen sfeer van gedachten wisselen over de Mathildedag en de voortgang daarvan.

Daarna moest ik gelijk door naar Sluis, alwaar de leerlingen van mijn schilderklas, met hun ouders, de wethouder van cultuur van Sluis en alle medewerkers van Cultuureducatie Zeeuws Vlaanderen aanwezig waren voor de opening van de tentoonstelling van het werk van de leerlingen in het Belfort van Sluis. Dit werk is de hele kerstvakantie te zien op de derde verdieping.

Cover lay-out voor het boekje over de drieling van Terhole

Thuis gaat het werk aan het boekje weer verder. Het plan om het verhaal in boekvorm uit te gaan geven heeft nu vaste vorm gekregen en het ligt in de bedoeling dat boekje te gaan presenteren medio Maart. Daarover later meer. In het boekje staat de lange versie van het spookverhaal van de drieling. Maar ook een hele hoop tekeningen. Meer tekeningen dan ik kan laten zien tijdens de vertelavond op 28 December bij het Podium van Zaamslag.

Hele dagen tekenen

Vandaag ben ik al weer vroeg in het atelier. Niet om te schilderen, maar om te tekenen. Ik werk nog steeds aan alle illustraties die ik wil maken voor het verhaal over de drieling van Terhole dat op 28 December a.s. voorgedragen zal worden door Jeanet d’Hont tijdens de vertelavond in het Podium van Zaamslag.

Door alle tekeningen op de grond te leggen in de juiste volgorde kan ik zien wat er nog ontbreekt en dat kan ik dan overzichtelijk verder aanvullen. En er ontbreekt nog heel wat. Steeds ontdek ik weer nieuwe ‘gaten’ in het beeldverhaal waar dan toch ook weer een illustratie voor getekend moet worden.

Er zitten soms juweeltjes bij die zomaar ontstaan, zoals deze. De man op de tekening is verdwaald in een wereld die compleet betoverd is en waar geen uitweg meer in te vinden valt.

Ten einde raad zakt hij neer tegen een boom. Doodvermoeid van het vele lopen en radeloos omdat hij niet meer weet hoe hij hier ooit nog uit kan komen. Het is  een fragment van een eigentijds spookverhaal dat ik geschreven heb over een wonderbaarlijke drieling.

Spookverhalen worden hier al eeuwenlang verteld en geschreven. Dat maakt deze streek ook wel heel speciaal. Als klein ventje kreeg ik ooit het boek van Johan de Vries in handen wat ik helemaal grijs gelezen heb. Van jongs af aan was ik al geïnteresseerd in deze verhalen en het is dan ook geheel aan die interesse te danken dat ik nu zelf spookverhalen zit te schijven, en te tekenen. Al die verhalen hebben een zekere oorsprong in het dagelijks leven. Ook mijn verhaal.

Ik maak er nu zelf de illustraties bij voor de vertelavond in Zaamslag. Maar stil aan werk ik nu ook aan het uitgeven van een eigen boekje met dit verhaal. Of dat allemaal gaat lukken is nog maar de vraag, maar ik ga het uitzoeken, en wie weet komt er straks nog een boekje met het verhaal en alle tekeningen.

Sleutelen

Paulette, van de Zeeuwsche Kringloopbeurs uit Sint Jansteen, zag mijn vraag om oude sleutels en die had ze. Een heleboel. Ik mocht er de juiste uitzoeken. De grootste, omdat die beter te schilderen zijn. Zo sponsort zij de Cultuur educatie in Zeeuws Vlaanderen, waarvoor grote dank.

Dan krijg ik al een aardige verzameling bij elkaar. Ideaal, want dan kunnen de leerlingen daar straks een keuze uit maken. Er komen straks nog meer sleutels, van collega Hans Leijerzapf (waar ik stiekem enorm fan van ben), over de post. Hele mooie. Ik heb nu dus sleutels genoeg om de workshop van start te kunnen laten gaan.

In het atelier heb ik al een mooie opstelling gemaakt met een van de standaards die ik special voor dit doek vervaardigd heb. Daar ga ik vandaag mee aan de slag. Deze sleutel is overigens gesponsord door ‘De Stoof Brocante‘ uit Zaamslag. Zo heeft iedereen een sleutel bijgedragen aan dit project.

Het gevaarlijke van deze leuke winkels in Zeeuws Vlaanderen is dat ik er altijd wel iets zie wat ik niet kan laten staan. Zoals deze lamp die ik bij de Zeeuwsche Kringloopbeurs aantrof. Juust wa’k zocht. Van de oude olielamp is, destijds, een electrieke gemaakt. Maar dan wel met een oude porseleinen fitting uit het jaar kruik. Nu nog even alles nazien op veiligheid en ik heb weer een mooi hoekje sfeerverlichting bij in mijn paleisje.

 

Weekeind vol kunst en cultuur

Zaterdagavond, laat, keerde ik weer terug uit het hoge noorden van het land met een jute buil vol goud,- en zilverstukken, was ik getuige van ‘Het mysterie Wardenier’, had ik iets uit te leggen over een altaarstuk voor Sinterklaas en had ik weer eens een ontmoeting met Renske Jansen om met haar te praten over haar nieuwe boek waar ik de illustraties voor mag gaan maken.

Samen met Ineke bezocht ik de laatste voorstelling van de musical ‘Het mysterie Wardenier’ op Vrijdagavond. Ineke is directe familie van Johannes Wardenier, de uitvinder van de brandstofloze motor, waar deze voorstelling over ging. Voor deze theateravond moest ik wel helemaal naar Steenwijk. Gezien vanuit Hoek ligt dat zo’n slordige 400 kilometer ver weg.

Op de oude foto zie je Ineke zitten op de schoot van haar moeder, Catharina Wardenier. Zij was een dochter van Berend Wardenier, de broer van Johannes Wardenier.

En om Johannes Wardenier draait dit hele theaterstuk. Meesterlijk vertolkt door een grote hoeveelheid spelers en figuranten. In het stuk lopen de verschillende tijdlijnen en verhaallijnen naadloos door elkaar. Ik heb nog getracht een foto van ons tweetjes te maken voor dit artikel, maar die was zo vaag en bewogen dat ik hem maar weglaat.

Met Huissen als tussenstop was dit prima te doen. We genoten van de voorstelling, we spraken een heleboel leuke mensen die op de een of andere wijze iets met dit mysterie te maken hadden of nog steeds hebben, we spraken de schrijver van het beroemde boek met gelijknamige titel en we lopen beiden met plannen rond om over dit mysterie te gaan schilderen.

En natuurlijk kocht ik gelijk het boek van deze bijzonder boeiende schrijver, die in het theater aanwezig was met een grote stapel boeken. Ik ben heel blij dat ik dit schitterende mysterie nu in boekvorm tot mijn beschikking heb. Het verhaal kende ik natuurlijk al, maar de schrijver, een oud journalist die weet hoe je de meest interessante feiten boven tafel krijgt, vult alles wat ik al weet aan met enorm veel details en nieuwe inzichten. Nog steeds komen er nieuwe feiten over dit mysterie aan het licht. Ik denk dat dit verhaal nog wel eens verfilmd gaat worden. Lijkt me zo logisch.

Maar ik had meer te doen, dit weekeind. Al keivroeg, met weinig nachtrust, ging ik op pad naar Montfoort voor een bijeenkomst van het SNG (Sint Nicolaas Genootschap). Met een boodschap en een groots plan.

Een prachtig plan, dat ik deel met Pastoor Marcus Vankan, voor het maken van een altaarstuk voor Sinterklaas. Met een keynote presentatie vertel ik daar over voor een zaal vol met geïnteresseerde Sinterklaas-vrienden. De titel van deze presentatie is ‘Niet het vele is goed, maar het goede is veel’. Een tekst die ook op het altaarstuk komt te staan en die zoveel zegt over de huidige chaos in Sinterklaasland, en mogelijk ook over de complete chaos waarin de wereld zich lijkt te bevinden.

Het altaarstuk komt hoogstwaarschijnlijk in de kerk van Heythuysen te staan waar Marcus Vankan pastoor is. Mijn betoog gaat over het terugbrengen van het Sinterklaasfeest naar de oorspronkelijke proporties. Weg van televisie, massaliteit, commercie, mega intochten, en schreeuwerige shows. Terug naar de menselijke maat waar het op eigen creativiteit en vooral de familieband aan komt. Sint terugbrengen in de huiskamer. Daar gaat dit altaarstuk ook over. Primair is het bedoeld voor kinderen, maar secundair ook voor iedereen die zich voor het feest in wil spannen. Het altaarstuk laat zien hoe het feest ooit gevierd werd. Met eigen creativiteit, improvisatie, volkstoneel en gezelligheid. Het maakt ook gelijk duidelijk waar Zwarte Piet vandaan komt. Niet uit de schoorsteen, niet uit Spanje of wat voor ander land dan ook, maar uit de hel. Hij is zwart van het branden in het vagevuur en is in feite een duivel die door de Sint werd meegevoerd om ons te tonen. ‘Kijk zo kom je er uit te zien als je je bij leven niet weet te gedragen’, is dan de boodschap. Zo heb ik het ooit geleerd en zo laat ik het zien. Gelukkig is dit voor velen heel herkenbaar en hoef ik niets uit te leggen of te onderbouwen. Fijn dat er nog mensen bestaan die het weten.

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om ook met Renske Jansen aan tafel te gaan zitten voor een bespreking over tekeningen voor haar nieuwe boek. Haar vorige boek heb ik ook voorzien van illustraties en hoewel ik er weinig tot niets over mag vertellen kan ik wel zeggen dat het een prachtige bundel gaat worden met korten vertel-verhalen die heel rijk geïllustreerd gaat worden.

Dirty work

Om half acht was ik in het atelier begonnen met het vernissen van ‘Verdwijnkunst’. Morgen moet dit werk mee naar Breda om ingelijst te kunnen worden. De rest van de dag zal ik niet erg actief zijn in het atelier, want ik moet het dak op. De schoorstenen moeten geveegd worden voor de komende stookperiode, en ik moet een ‘hoedje’ vervangen dat er met de storm in Maart afgewaaid is.

Op de schoorsteen van de huiskamer staat nu alleen nog een enkel ijzeren staander waar ooit dat hoedje aan vast zat. De nieuwe had ik al een hele tijd klaar liggen, maar het kwam er niet van om die er op te gaan zetten. Met de komst van regenachtig weer wil ik niet langer wachten en ga ik vandaag aan de slag.

Dat doet me onwillekeurig denken aan een van mijn favoriete Laurel & Hardy films. ‘Dirty work’. Hierin gaan ze als schoorsteen vegers aan de slag. De film eindigt, uiteraard, in een complete ravage.

In mijn huiskamer breng ik alles in orde voor de veegklus. De kachel gaat aan de kant en de kachelpijp wordt voorzien van een opvang zak waar al het stof, roet en ander vuil in opgevangen kan worden. Maar eerst moet ik een ladder op gaan halen in Sint Jansteen.

Paulette, van de Zeeuwsche kringloopbeurs, heeft voor mij een pracht van een lange aluminium ladder staan. Hij is zelfs te koop voor het zachte prijsje van 6 tientjes. Hoef ik niet lang over na te denken, want zo’n ladder heb ik gewoon regelmatig nodig.

De Zeeuwsche kringloopbeurs in Sint Jansteen is een van mijn favoriete Zeeuwse winkels. Heel gevaarlijk voor mijn portemonnee maar ik vind er altijd iets wat ik zoek. En al kletsende over schoorsteenvegen, schilderen, exposeren en wat al niet meer, valt mijn oog op een mooi klein boekje over West Zeeuws Vlaanderen.

Die had ik nog niet en zo kwam ik met een ladder en een boekje thuis in Hoek.

De rest is dan nog slechts een kwestie van doen. De ladder gaat tegen het dak. Eerst veeg ik de schoorsteen, dan haal ik de restanten van het oude kapje er af, gaat het nieuwe kapje er op en ben ik mooi op tijd klaar als de eerste druppels beginnen te vallen.

Zie hier het grote voordeel van een klein huisje. Betrekkelijk eenvoudig kun je gewoon alles zelf doen.

Een mooi nieuw, glimmend, kapje op de vers geveegde schoorsteen en ook nog een leuk uitzicht over mijn omgeving. Ik kan gaan lunchen en daarna verder gaan met schilderen.

Als de Koning langs komt

Het was gisteren groot feest in Terneuzen. Dit keer niet vanwege de Mathildedag, er kwam overigens wel een echte Mathilde langs, maar omdat hier het startschot gegeven werd voor de viering van 75 jaar vrijheid. Er waren 500 extra agenten uit het hele land aanwezig om alles onder controle te houden en de NOS was neergestreken in de Mathilde salon van restaurant ‘t Zusje, waar mijn Mathilde drieluik hangt.

De beveiliging was enorm. Koning Willem Alexander, Maxima, de Belgische Koning en zijn Mathilde, premier Rutte en nog wat ministers kwamen de stad bezoeken. Ik zag ook Balkenende rondlopen. Die woont aan de overkant en op die dag was de Scheldetunnel tolvrij.

En voor wie denkt dat er in Terneuzen niets te beleven valt heb ik hieronder wat foto’s van de drukte geplaatst.

Op een groot podium aan de Schelde kon je de hele dag tal van optredens bewonderen. Hier werd ook de klok geluid door de Koning.

Vette drukte rondom Restaurant ‘t Zusje en het Schelde Theater. Ook op bovenstaande foto kun je goed zien hoe alles was afgezet.

Schepen op de Schelde van de Marine. Niet alleen Nederlandse schepen, maar van tal van landen. Ook een oud Marine schip kwam voorbij varen.

Drukte. Overal mensen. Niks voor een boer uut d’n Oek, die rust en ruimte gewend is. Maar er viel ook van alles te zien wat mijn interesse had. Zelfs een van de historische treinen uit Goes stond in Terneuzen. Bij gebrek aan rails stond hij op een dieplader, maar eigenlijk hoort hier ook zo’n trein te rijden, vind ik.

Overal dranghekken, zeecontainers, afsluitingen, hekken en echt heel veel agenten. Ik kon niet bij het drieluik komen omdat vanuit de Mathilde salon de uitzendingen werden verzorgd, en ik hoorde dat er ook een groot scherm voor het drieluik hing zodat niemand het kon zien. Het had dus helemaal geen zin om daar dan een foto van te gaan maken.

En zo zag die Mathilde salon, zonder uitzicht op het drieluik, er dan uit. Hier met premier Rutte aan tafel. Waarom de NOS daar dan was neergestreken blijft wat vaag. Feit dat men daar zat vond ik wel geweldig. Het Mathilde drieluik kreeg, overigens, genoeg aandacht. Want als iemand zich hier ooit vrijheden toe eigende was zij het wel.

Zoals getoond op bovenstaande foto ziet dat er nu uit. Het hele leven van Mathilde in drie schilderijen in de Mathilde salon van restaurant ‘t Zusje.

Op de achtergrond van deze foto van de NOS reporter kun je zien hoe goed de Mathilde salon bij ‘t Zusje was afgeschermd. Geen doorkomen aan.

Buiten was het dus feest. De Koning, Koningin Maxima, premier Rutte en onze Burgemeester, Jan Lonink, liepen vanuit het Schelde Theater naar de Schelde Boulevard om daar de openingshandeling te verrichten.

Daar stond de hele Scheldedijk vol met volk om er niets van te hoeven missen. Ik stond daar ook, maar ik had het eigenlijk wel snel gezien. Ik heb nog even staan praten met bekenden, die je hier altijd wel tegenkomt en ben toen op mijn gemak verder gelopen.

Premier Rutte liep nog even de stad in om halt te houden bij de galerie van Anne Mannaerts waar nu weer een deel van mijn Zeeuwse collectie aan de wanden hangt. Omringd door pers en nieuwsgierigen maakte hij daar nog een praatje voor de camera. Anne, met geel truitje, keek vol verwachting toe.

En dan zag ik later dit bericht (hier rechts) op de site van de PZC staan. Ineens weet ik wat ik vergeten ben. Mijn Zeeuws Vlaamse vlag. Die hadden we gebruikt voor de onthulling van het diva schilderij van Anouschka, de Terneuzense diva. Zo kwam dus wel mijn vlag in de krant, maar niet mijn Mathilde drieluik. Grrrrrr!

Maar het mag de pret niet deren. Velen hebben toch mijn drieluik gezien en Joost, de eigenaar van restaurant ‘t Zusje heeft daar de nodige uitleg bij gegeven. Mogelijk komt men daar nog wel eens op terug, en anders doen wij dat zelf wel.

Ik hield het dus al snel voor gezien. Ik ben niet zo vol van grote massa’s mensen en fietste snel terug naar het dorp, waar ik zag dat Jelle de vlag op de molen had uitgehangen. Ook hier viert men 75 jaar vrijheid. Op bescheiden schaal, uiteraard, want hier is iedereen gewoon aan het werk.

Jelle is druk in de weer met de stofzuiger. Dat hoor ik als ik de molen betreed. Het is een vreemd geluid op de molen, waar hoofdzakelijk graan gemalen wordt en waar niemand echt poetsneigingen heeft. Alle stof moet weg, want stel dat de Koning langs komt. Je weet maar nooit tegenwoordig.

We houden de Molendijk in de gaten, want daarlangs moet dan de gouden koets komen. Waarschijnlijk is de molen nog nooit zo schoon geweest. Alleen daar is de mogelijke komst van de Koning al goed voor.

Maar hij kwam niet. Wij vermaken ons toch wel. Ook zonder Koning. In plaats daarvan kwam er weer een hoop volk uit het dorp langs en dat geeft altijd genoeg gespreksstof om de dag te kunnen vullen.

Kornelis Jacobus Huineman

Tot voor kort had ik nog nooit van hem gehoord. Maar in Maart kwam er een pracht van een tentoonstelling over hem in het Museum van Hulst. Tegelijkertijd verscheen er een boek over hem en zijn werk. Kornelis Jacobus Huineman (24 Augustus 1886 – 23 Augustus 1952) was deurwaarder te Terneuzen en, veel belangrijker, een uitstekend schilder.

Nu te zien in de Passerelle van het Stadhuis van Terneuzen. Huineman is voor mij echt een enorme ontdekking. Ik heb zelden zo goed werk gezien. Hij was dan wel deurwaarder, maar eigenlijk was hij schilder. Die indruk wordt bevestigd als ik zijn Persoonsbewijs zie uit de oorlogsperiode.

Daar staat duidelijk het beroep ‘Kunstschilder’ te lezen en dat was hij ook. Behalve een uitstekend observant was hij ook begenadigd met een enorm talent. Elke tekening is raak.

De tentoonstelling in de Passerelle wordt verzorgd door Toonbeeld. Nelly Wesselius draagt zorg voor de kwaliteit van elke tentoonstelling, samen met Petra de Back, haar collega en verder de mensen van de werkgroep, en weet keer op keer de bezoeker te verrassen met heel zorgvuldig gekozen top-kunstenaars uit binnen en buitenland. Deze keer dus een beroemdheid uit het verleden van Terneuzen. Nu misschien niet zo bekend, maar in zijn tijd was Huineman geen kleine jongen.

Deze tentoonstelling van zijn werk gaat over de oorlogsperiode. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat het straks precies 75jaar geleden is dat zich hier het Schelde offensief voltrok. Koning Willem Alexander, Maxima en Mark Rutte worden hier binnenkort verwacht voor de officiële herdenking. Dan kunnen ze gelijk zien dat Terneuzen meer talent heeft voortgebracht dan algemeen bekend is.

In vitrinekasten ligt het nodige tentoongesteld wat aan Huineman refereert. Wat mij vooral boeit zijn zijn vlotte schetsen in potlood en olieverf. Aan een klein stukje doek, waarop twee krijgsgevangen gemaakte Duitse soldaten zitten op een trap, kun je zien hoe ontzettend treffend hij kon werken.

Een dergelijke kwaliteit van werken kom je maar zelden tegen. Het zijn wat losse toetsen, maar alles zit er in. Gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en herkenbare emotie. Voor deze soldaten zat de strijd er op. Hun gedachten kun je raden. Ergens zijn ze blij dat het voorbij is, maar aan de andere kant voel je ook het ongeloof. Huineman heeft tegenover hen gezeten om dit te kunnen maken. Hij zal hen ongetwijfeld hebben gesproken en ik vraag me dan af waar het gesprek over ging.

IJzersterk is deze tekening, maar er zijn er meer. Deze viel me op omdat ook hier weer die emotie er vanaf spat. Ga zelf maar kijken om het te kunnen zien. Het zal je meteen opvallen dat er enorm veel informatie in zo’n tekening verwerkt zit. Dat is niet iets wat je in één oogopslag zal zien. Je wordt gedwongen om de tijd te nemen om te ontdekken wat Huineman je wilde vertellen.

En neem de tijd, want er is veel te zien. Ik had elke tekening willen fotograferen, maar ik besef dat er ook nog enige verrassing en verwondering over moet blijven voor de bezoeker. Ik sprak Nelly, die de tentoonstelling heeft gemaakt, en zij vertelde me hoe deze tot stand is gekomen. Eerst de tentoonstelling in het Museum van Hulst (Museum de vier ambachten wat zeer beslist het bezoek meer dan waard is) en nu hier in Terneuzen. De stad mag oprecht trots zijn met zo’n indrukwekkende tentoonstelling in zo’n mooie ruimte. Mijn grote dank gaat uit naar Nelly Wesselius die keer op keer, belangeloos, hier een tentoonstelling in de Passerelle realiseert. Hoedje af.

De tentoonstelling loopt nog tot 9 September.