Houtkot bijna klaar

In het atelier is het nu al dagen een enorme puinhoop. Overal ligt gereedschap, bouwmateriaal, hout en machines. Het is vandaag de laatste dag dat ik aan de bouw van het houtkot mag werken, dus staan nu alle zeilen bij. Het is vandaag ook de enige droge dag en in deze dag moet ik het kot dus ook zien te ‘teren’ (wat geen echte teer is maar een teervervanger).

Volgens planning heb ik rond het middaguur alles afgetimmerd. De daklatten zijn afgemeten en geplaatst en dit is het punt waar ik gisteren had willen zijn. Maar de regen gooide roet in het eten, dus ben ik vanmorgen keivroeg begonnen om de schade in te halen.

Tegen zessen is het kot rondom ‘geteerd’. Van mij had het echte teer mogen zijn, maar die wordt nergens meer verkocht vanwege de schadelijkheid voor het milieu.

Om zeven uur liggen de dakpannen er op. Dit is het punt waar ik zo naar uitgekeken heb. De gewenste ‘doorleefde’ uitstraling heb ik weten te realiseren. Nu volgen nog wat afwerk klusjes, zoals de witte noklat met dakornamenten die ik nog moet ontwerpen. Langs de zijkant van het pannendak komen eveneens witte afwerklatten. Nu ik dit zit te schrijven slaat de vermoeidheid toe, maar ik heb mijn doelen kunnen halen vandaag. En daar ben ik zeer tevreden over.

Houtkot

Van schilderen kwam deze week niet veel terecht. Ik heb me voornamelijk bezig gehouden met de bouw van mijn stookhoutkot. De afgelopen jaren heb ik heel veel moeite moeten doen om droog hout in mijn fornuis en kachel te krijgen en de wens om dat hout mooi droog uit zo’n traditioneel houtkot te halen bestaat al sinds ik weer op hout stook. De bouw van zo’n kot is vrij intens en daarom stelde ik dit steeds uit. Maar nu ben ik er dus aan begonnen en de bouw vordert goed. Ik hoop dat ik dit weekeind de klus geklaard heb en weer snel aan de slag kan gaan met olieverf en doek in het aangrenzend atelier. Voor mij zijn er twee redenen om dit kot zelf te bouwen. De belangrijkste is dat ik nergens een authentiek kot kan vinden. Overal zie ik van die spuuglelijke nieuwbouw kotjes met wat dakleer of golfplaat. Daarom ontwierp ik zelf een kot dat meer authentiek oogt. Ik gebruikte wel moderne bouwmaterialen. De tweede reden is dat zelf een kot bouwen een enorme kostenbesparing is. Maar daartegenover staat dat het wel een enorme klus is. Ik voel nu al mijn spieren en gewrichten.

Toch heb ik wel een hoop plezier aan om dit te bouwen. Het is mijn bedoeling om een authentiek ogend Zeeuws kot te krijgen met oude dakpannen en geteerde planken. Teer mag niet meer gebruikt worden, maar ik verzin wel iets wat daar sterk op lijkt. Dit deel van mijn tuin wordt nu ook gelijk aangepakt om er een leuk hoekje van te maken. De afgelopen dagen heb ik me heel intensief bezig moeten houden met het verwijderen van oude boomstronken en boom-achtige struiken. Daardoor mis ik ineens een hele hoop groen. Dat moet ook weer terugkomen en ik wil nog een trapje gaan metselen en een laag stenen muurtje omdat ik voor dit kot de diepte in moest. Mijn tuin is eigenlijk het restant van een oude dijk en heeft flinke hoogteverschillen waar ik al mijn creativiteit op los kan laten.

Nu ik dit schrijf komt de regen met bakken uit de lucht. Ik moet zo weg om les te gaan geven bij Toonbeeld, dus dat komt me wel goed uit. Al het stookhout, dat de hele zomer mooi droog geworden is, is nu weer zeiknat. Maar straks dus niet meer.

Tijdelijk hout-atelier

De dame op doek lijkt bezorgd toe te kijken.Daar heeft ze alle reden voor, want ik heb nu even geen tijd voor haar. Ik ben bezig met de noodzakelijke bouw van een houtkot voor mijn stookhout opslag. Het wordt een stevig geheel omdat de dakbedekking van oude holle pannen wordt gemaakt om de juiste sfeer te verkrijgen die ik wens. Geen lelijk nieuwbouwding met latjes en golfplaten maar een degelijk boeren kot van balken en oude pannen.

Maar eerst moet ik daarvoor buiten aan de slag. Er moeten wat struiken weggehaald worden op de plaats waar het houtkot komt te staan. Die struiken blijken inmiddels meer bomen te zijn geworden. Ik hoef, denk ik niemand uit te leggen wat voor een pokkeklus het was om die er uit te krijgen.

Een vllinderstruik werd een vlinderboom met een doorsnede van meer dan 16 cm. Zo stonden er drie. Heb ik weer extra stookhout voor over twee jaar. Nieuwe vlinderstruiken worden later weer aangeplant om de groene woestenij die ik had weer een beetje terug te krijgen. Ik mis dat nu al.

Als het gaat regenen kan ik buiten niet veel meer doen en ga ik binnen al het hout op maat maken voor het kot. Op de foto kun je goed zien dat het geen klein kotje wordt. Ik heb ook een enorme berg stookhout, dus moet het een flink kot worden. Hout kost me overigens niets, hier in het buitengebied. Dat betekent gratis warmte en gratis koken en bakken met de Rayburn. Maar het is wel een behoorlijke klus die ik al te lang voor me uit heb geschoven.

En dan is het wel fijn dat ik een fatsoenlijke houtwerkplaats heb met goed gereedschap om alle verbindingen te kunnen maken en alle passtukken. De komende week moet alles staan en klaar zijn.

Altaarstuk voor Sinterklaas

Hoewel nog niemand aan Sinterklaas denkt ben ik in het atelier bezig met het maken van een eerste monumentale lijst voor een schilderij over de Sinterklaasviering. Dit is het middendeel van een drieluik en altaarstuk. Dat stuk komt later in een prachtige kerk te staan die geheel gewijd is aan Sint Nicolaas.

Dit altaarstuk is niet bedoeld voor Sint Nicolaas maar voor Sinterklaas. Eigenlijk gaat het  over het laatste stukje volkstoneel wat we nog hebben. Maar bovenal is dit werk straks een plek voor kinderen die hier hun brieven en tekeningen aan de Sint kunnen posten in een echte brievenbus van Sinterklaas. En ze krijgen dan ook nog antwoord van de echte Sint.

Ik kan hier straks met al mijn fantasie lekker in verder dromen en creëren. Het Sinterklaasfeest heeft voor mij altijd grote betekenis gehad en heeft dat nog steeds. Het kind in me wordt dan weer wakker en ik kan er enorm van genieten om al die eigenaardigheden van dit feest te gaan schilderen. Het altaarstuk gaat uit vele schilderijtjes bestaan. Groot en klein. Samen vormt het straks één geheel.

Het moet er heel authentiek uit komen te zien. Alsof het al honderden jaren bestaat. In September moet ik dit eerste deel gaan presenteren en dat was ik bijna vergeten door alle ontwikkelingen in het atelier. Er moet nog veel en hard gewerkt worden voor diverse exposities en natuurlijk de beurs in Wageningen 14 en 15 September, waar ik met vers nieuw werk wil exposeren. Het eerste raamwerk voor het altaarstuk (dit is het middendeel) is nu bijna klaar. Dat moest er even tussendoor. De rest komt later. Dit deel is het belangrijkste deel waarin ik nog een schilderij moet zetten over een traditioneel ogend tafereel van de Sint die op huisbezoek komt. Werk zat dus.

Afwerking

De profielen gefreesd, gezaagd en verlijmd

De laatste dagen ben ik vooral aan het werk met hout voor de lijsten voor twee schilderijen. ‘Met grote stappen snel thuis’ en ‘De drieling van Terhole’. De laatst genoemde lijst is weer een joekel die extra veel aandacht vraagt.

De lijst in elkaar gestoken in de lijmklemmen

Extra aandacht vooral voor de hoekverbindingen omdat hier nu eenmaal meer spanning op kan komen te staan dan de hoekverbindingen van een kleine lijst. Daarvoor heb ik een bijzonder mooi lamellen freesje waarmee ik diepere, stevigere, lamellen kan lijmen.

En dan is het altijd even spannend als ik het werk er even in pas als de lijm droog is. Door de ervaring, die ik inmiddels heb met het maken van deze expo=lijsten, gaat het steeds beter. Op de millimeter nauwkeurig. Dat maakt me dan weer een beetje trots.

En als het dan dan klaar is en alles klopt, ben ik pas echt tevreden. De drieling staat klaar om uit te vliegen naar de galerie. Wordt vervolgd.

Kacheltje brann en lijstjes maken

Voor al mijn schilderijen maak ik zelf de (expo)lijsten. Die zien er vrijwel allemaal het zelfde uit. Er zitten hier en daar kleine verschillen, maar ze zijn allen gesigneerd in goud met mijn beeldmerk.

Destijds heb ik flink geïnvesteerd in machines, gereedschap en kennis om die lijstjes te kunnen maken. Het zullen nooit van die mooie, strakke lijsten worden uit de lijstenhandel omdat het nu eenmaal knutselwerk is en blijft van een bevlogen kunstenmaker.

Vandaag maak ik het lijstje voor mijn jongste product ‘Kacheltje brann’. Dat is Hoeks dialect voor ‘kacheltje branden’. Het is een mooi klein schilderijtje geworden voor de tentoonstelling ‘Overwinteren’, straks in het Axels museum (Het Warenhuis). Dat kacheltje heb ik al langer willen schilderen, maar om de een of andere reden kwam het er nooit van. Nu had ik ineens een goede reden om dat toch eens te gaan doen en als ik het eindresultaat zie denk ik bij mezelf dat ik dit veel eerder had moeten doen.

Dat kacheltje maakt deel uit van mijn interieur en dagelijks leven. Hij staat er niet voor de sier, maar wordt echt gebruikt. Het is een oude Etna kolenkachel van het type Sun 5324. En aangezien hier, op het platte land, nog volop op kolen wordt gestookt en kolen ook nog overal verkrijgbaar zijn past dit kacheltje niet alleen perfect in deze omgeving, maar ook bij mijn nadrukkelijke wens om eenvoudig te kunnen leven en niet afhankelijk te zijn van instanties als energie leveranciers. Ik koop mijn kolen waar het het goedkoopst is en bepaal dus zelf wat ik aan warmte uit wil geven. Buiten staat mijn kolenkot, dat ik zelf heb herbouwd en wederom in gebruik heb genomen. Hieruit schep je de kolen in de kolenkit.

De ‘schildpad’

En die gooi je in huis leeg in de ‘schildpad’ waar ook het kolenschepje in zit waarmee je de kachel bovenlangs, via het klepje, kunt vullen. In het deksel van de schildpad zit een uitsparing waar het schepje doorheen steekt.

Voor mij is dit dagelijkse kost. Maar ondanks dat blijf ik er toch elke dag van genieten. De gezelligheid en de heerlijke warmte die je van zo’n kacheltje krijgt is onvervangbaar.

Behalve het kacheltje heb ik ook de Rayburn in de keuken staan waar dagelijks op wordt gekookt. Dit fornuis wordt hoofdzakelijk op hout gestookt omdat ik daar heel veel van heb (gratis).

In tegenstelling tot het kacheltje heeft de Rayburn  een dubbele verbranding (8% emissie). Zo kan ik de regie over mijn leven redelijk goed in eigen hand houden. De kosten van koken en stoken zijn erg laag. Koken op gratis hout natuurlijk nihil.

Lijst voor ‘Red & blue’

Het maken van de specifieke expositie lijsten voor mijn werk is een klus apart die ik met veel plezier naast mijn schilderwerk doe. Vandaag maak ik de lijst voor ‘Red & blue for a colourised clue’ af. Dat werk gaat straks naar Pot Art Gallery in Axel. Het zijn lijsten met mijn eigen beeldmerkje er op en dus net zo karakteristiek afkomstig uit mijn brein en atelier dan mijn schilderwerk. Het mooie hiervan vind ik dat ik nu wel een heel compleet product krijg dat voor de volle 100% uit mijn atelier komt.

Het ontwerp van het lijstprofiel heeft kleine onderlinge verschillen omdat elke lijst speciaal voor het werk gemaakt wordt wat er in komt te zitten. Maar elke lijst heeft dat kleine ‘gouden’ beeldmerkje.

Standaard klaar

De zware standaard voor het Mathilde-driekuik is klaar. Vanmorgen heb ik de laatste laag vernis aangebracht en het ding natuurlijk gesigneerd.

Ik ben dik tevreden over het resultaat. Testen hebben al uitgewezen dat het geval prima voldoet aan de eisen die ik er aan stelde. Namelijk het torsen van een loeizwaar drieluik.

Het mooie kleurtje is Carmine Red uit de serie van de prachtige krijtverf van Decoration.

De enorme degelijkheid van de standaard n de gehele uitvoering brachten me op het idee om ook eens een atelierezel te gaan maken die net zo degelijk is. Mijn eigen ezels blijven toch altijd wankel als ik op grote formaten aan het werk ben. Daarnaast mis ik veel hulpmiddelen uit de schilderpraktijk die gewoon niet bestaan en nergens te koop zijn, zoals een brug voor mijn schilderstok en een tafeltje voor mijn palet, verf en penselen. Zo kom ik al doende op ideeën die allang in mijn hoofd zitten, maar die ik toch om de een of andere reden niet uitvoer. Ondanks een hele houtwerkplaats vol gereedschap en materiaal.

Stap voor stap naar het eindpunt

Na een dag hard werken is het nu zover dat het eerste (middelste) schilderij aan de standaard bevestigd kon worden. Dit was een behoorlijke zenuwen klus omdat nu niets fout mocht gaan. Alles moest tot op de millimeter nauwkeurig afgetekend en geboord worden.

Uiteindelijk ging alles goed. Ik had de tijd genomen en eerst alle hang en sluitwerk klaar gemaakt zodat ik dit exact kon aftekenen.

En dan komt er een spannend moment. Houdt de standaard het en hoe ziet het er uit? Tot mijn grote geruststelling bleek de standaard het prima te houden. Ook na wat meer druk. Ik ben ook heel tevreden over de technische uitvoering en de vorm van de standaard die toch echt iets uitstraalt van het klassieke atelier.

Aan de achterkant ziet het er dan zo uit. Sterk en netjes. Ik ben zeer tevreden. Nu kan ik alles verder afwerken. Ook de zijpanelen, die ik nog steeds niet kan laten zien i.v.m. de onthulling, moeten nu ingehangen worden en de standaard moet nog van een (krijt)verflaag worden voorzien.

Standaard voor het drieluik

Al vrij vroeg was ik al weer aan het werk in het atelier aan de zware standaard voor het drieluik. Alles wat ik nodig heb wordt in eigen huis gefabriceerd. Van schilderijen tot lijsten tot de standaard om al dat gewicht te kunnen torsen. Vandaag gaat al het hang en sluitwerk gemaakt worden waarna het hele drieluik aan de standaard bevestigd kan worden. Als dat gebeurd is moet de standaard nog geschilderd worden en dan ben ik, met dit onderdeel, klaar en is het drieluik af.