Terhole en Slagerij Bracké

Terhole is iets bijzonders. Dat zie je al als je er langs rijdt. Dan zie je een kerktoren en een prachtig huis tussen het landelijk groen. Als je even de moeite neemt om van de doorgaande weg af te wijken en door Terhole heen te rijden zie je meteen wat ik bedoel. De echo’s naar het verleden zijn hier nog zichtbaar. De rust van weleer heeft het dorp nog in haar greep. Schilderachtige plekjes zijn nog zichtbaar tussen de oprukkenden bouwvervuiling van de moderne tijd. Die bouwvervuiling is ook hier aanwezig, maar minder schadelijk dan elders. Wat me vooral boeit is de atmosfeer. Die atmosfeer was de ideale setting voor mijn boekje over het verhaal van de drieling van Terhole.

Het dorp heeft de charme van een Frans dorp waar de tijd geen haast heeft. De menselijke maat is hier voltallig aanwezig. De enige winkel die nog open is is die van Slagerij Bracké. Een echte plattelands kwaliteitsslagerij. Hier haal ik voor de laatste keer Hachee. Want na deze aankoop is de winkel waarschijnlijk voor goed gesloten. Hier was mijn boekje te koop. Ik weet dat mensen van ver hier naar toe kwamen om alles met eigen ogen te aanschouwen. Vanuit Limburg, Gelderland en zelfs Friesland. Wie het boekje gelezen heeft wil dat met eigen ogen zien en beleven. Hoe het nu verder gaat met de winkel in Terhole is nog de vraag. Er zit iets aan te komen in de zin van opvolging, heb ik begrepen. Ik hoop nu van harte dat dat gebeurd.

Met de verovering van zalige hachee is ook het laatste verkooppunt van het boekje in Terhole komen te vervallen. Ik zoek nog wel naar een nieuw verkooppunt omdat ik nu weet dat het voor buitenstaanders erg leuk is om hier het boekje te komen kopen. Dus mocht iemand in Terhole een goed idee hebben, dan hoor ik het graag.

Als ik wegrij uit het dorp moet ik even stoppen voor een slome zwart-witte poes die op z’n gemak de weg oversteekt. Het dier heeft geen haast en geen tijd en laat precies zien wat ik bedoel. Met een dubbel gevoel rij ik naar huis. Ik zal Slagerij Bracké heel erg gaan missen. En ik zal de enige niet zijn. Toch zal ik hier nog vaak komen. Zomaar om even de sfeer te proeven en om even geen haast en geen tijd te hebben.

De drieling ‘in the picture’

Westdorpe, het warmste dorp van Nederland, besteedde vandaag aandacht aan het boekje over de drieling van Terhole. Op de foto’s zie je op de achtergrond het schilderij dat ik aan het maken ben voor de gemeente (Terneuzen) over de zwevende kiezer en de lijst van heel veel stempotloodjes.

In het atelier werk ik nu aan twee schilderijen. Een voor de zomerexpositie van galerie Sille te Oudewater en een voor de gemeente. Het gaat allemaal wat traag omdat ik de laatste tijd last heb van een hardnekkige verkoudheid en een kaakontsteking waardoor ik me nauwelijks kan concentreren op het werk. Dat hoort bij het weer van de afgelopen tijd, denk ik dan maar. Nu voel ik me al weer wat fitter en ben ik weer hele dagen in het atelier aan het werk.

Script voor het tweede boek klaar

 

Gisterenavond laat het ik het script voor het tweede boek, ‘Wiese, de gesel van Axel’, kunnen voltooien. Ook de laatste tekeningen zijn gemaakt en het boek telt nu 97 pagina’s. Dubbel zo dik dus al het eerste boekje van ‘De drieling van Terhole’.

Er zitten dus ook dubbel zoveel tekeningen in. Als laatste komt er nog een gecomprimeerde vertel-versie in het zuiver Hoeks voor een voordracht tijdens een vertelavond. Het verhaal speelt zich af in de periode van 1606 en in 1886-1888 in het Land van Axel. Maar voor een belangrijk deel ook in Hoek. Het volgende boek zal geheel over mijn dorp Hoek gaan. Daar speelt zich dan het hedendaagse spookverhaal af dat zich in 2015 voltrok.

Dit spookverhaal begint op onze Hoekse molen, de Windlust, waar het verhaal over Wiese verteld wordt door onze dorpsverteller.

Werken aan het tweede boekje

Het tweede boekje vordert gestaag. Vandaag ben ik bij pagina 71 aanbeland. Iets over de helft van het hele verhaal. Het wordt dus een dikker boekje dan het eerste boekje.

Er komen ook veel meer tekeningen in te zitten. Sommige zijn heel bewerkelijk. Gemiddeld maak ik 3 tot 4 tekeningen op een dag, maar soms ben ik wel een hele dag aan één tekening bezig. Per pagina bekijk ik wat er getekend moet worden. Soms maak ik meerdere schetsen eer ik tot een tekening ko. Het is en blijft zoeken en onderzoeken hoe iets zich het beste laat verbeelden. Maar ik ben dik tevreden met het resultaat tot nu toe.

Ook aan de tekst moet steeds een beetje gesleuteld worden. Zeker met zo’n ingewikkeld verhaal als dat van Wiese. Maar het eind is al een beetje in zicht. Het zijn fijne dagen zo in mijn huisje. Ik verdiep me helemaal in het verhaal en intussen heb ik gezelschap van de poes die af en toe even om aandacht komt bedelen. Het is bepaald geen poezenweer en daarom ligt madam graag de hele dag een beetje sloom te doen in haar mandje bij de kachel.

Schrijven en tekeningen maken

Intussen ben ik al weer enige dagen aan het werk aan mijn tweede boek. Het boek over Wiese, de gesel van (het Land van) Axel. Vorig jaar begon ik aan de uitwerking van dit spectaculaire spookverhaal, maar ik kwam al snel tot de slotsom dat er meer onderzoek voor nodig was.

Een heel fijn hulpmiddel hierbij is het beroemde en lijvige boek over de vier Ambachten dat ik (trots) in mijn bezit heb. Dit meer dan 6 kilo wegende monument met meer dan 1060 pagina’s verteld me alles wat ik weten wil om dit verhaal goed op te kunnen schrijven.

De boeren opstand van 1606 tegen het regime van Wiese (Isabelle, Louise van de Palts 1531-1606), de gevolgen, de overstroming van de dorpen Willemskerke en Vremdieke (waar mijn dorp Hoek uit is ontstaan) en de vloek van Wiese. Het wordt een geweldig verhaal.

Ik moet me inleven in de wereld van 1606. Hoe zag een boerderij er toen uit? Wat beleefden de mensen in een wereld vol chaos, oorlog, geweld, overstromingen en natuurrampen? Hoe zagen de mensen er uit? Wat voor kleding droegen ze? En nog belangrijker, hoe zag Wiese er uit?

Ik denk zo, ongeveer. Ze was regentesse. Afstandelijk en van adel, maar beslist geen doetje. Ze was een ‘wild wyf’. Levensgevaarlijk voor haar vijanden en tegenstanders.

Dodelijk zelfs. Een prelaat uit Gent moest zijn weigering om voor haar te buigen met de dood bekopen. Wiese stak hem in een van haar driftbuien dood tijdens een samenkomst in de abdij van Affligem.

Oppermachtig was ze rond de eeuwwisseling van 1500 naar 1600. Haar macht had ze niet alleen te danken aan haar adellijke afkomst, maar vooral ook aan haar toverkunsten die nog wel het meest gevreesd werden.

Ze kon, onder andere, haar geest uit haar lichaam laten treden en die in een ander lichaam binnen laten treden. Zo’n heerlijk ‘Tardi-onderwerp’, waar ik mijn fantasie op los kan laten. Rond 1900 moet er ergens in Parijs zo’n sessie hebben plaatsgevonden die op last van de burgemeester werd verboden en door de politie werd verstoord. Tardi schrijft en tekent hierover in een van zijn beroemde stripalbums over Isabelle Avondrood. Ik heb nu ook een Isabelle. Een ware feeks die de gesel werd van het Land van Axel.

De vondst van de pendel van Wiese in 2014

En dat alles draait om haar magische pendel. Die werd recentelijk gevonden en daar zal het derde boek over gaan. In het tweede boek, dat ik nu dus aan het schrijven en tekenen ben, zie je hier een plaatje van. Het is het moment dat Jules den Doelder en Guus Carton de pendel vinden in een oude, vergeten, graftombe bij de Braakman.

Het is een mix van fantasie en werkelijke geschiedenis. Heerlijk om daar in te duiken en alles hierover uit te zoeken. Hele dagen ben ik aan het onderzoeken, schrijven en tekenen.

 

Belangrijk nieuw verkooppunt voor het boekje

Een heel belangrijk punt waar nu het boekje te koop is is wel de winkel van Theo in Zaamslag. De brocanterie, antiek, design en geweldig leuke curiosa die Theo overal en nergens opspeurt en in zijn winkel onderin de kerk uitstalt is feitelijk de springplank naar een etage hoger, het Podium van Zaamslag. Hier begon mijn belangstelling om te schrijven over streekverhalen en nog veel meer. Het boekje is dan ook hier tot stand gekomen.

Na een lange periode van sluiting, door de corona maatregelen, is de winkel weer beperkt open. Een zegen voor een mooie spullen-freak als ik. Maar ook een belangrijk punt voor het Zeeuws Vlaamse culturele leven met het boven de winkel gevestigde podium, waar tot voor kort heel wat muziekuitvoeringen, lezingen, theater en de jaarlijkse vertelavond werden georganiseerd. Na de corona crisis gaat ook het podium weer snel open en is er weer volop ruimte voor kunst en cultuur.

Nu ligt het boekje er te koop en kunnen alle liefhebbers van streekverhalen hier terecht.

Drieling in ceramiek

In het ceramisch atelier van Tine van der Zee heeft zich een bijzonder proces voltrokken. De drieling van Terhole staan nu in drievoud afgebeeld in twee schotels en een bord. Een wonderbaarlijk proces waar ik weinig van begrijp, maar wat ik natuurlijk helemaal geweldig vind.

Het 16-de verkooppunt voor het boekje en met het boekje op de radio

Als er één winkel is waar de drieling inkopen zouden doen dan is deze het wel. De winkel van kaasboerderij De Vos in Biervliet. Vanaf vandaag kan ook daar het boekje gekocht worden. Dit is wel de landwinkel pur sang. De drieling zou zich hier helemaal thuis voelen.

Overigens was ik gisteren nog even op de radio bij Goedemorgen Zeeland van Omroep Zeeland. Elsa besteedde aandacht aan mijn boekje met een interview. Er zijn 10 boekjes in de verloting voor trouwe luisteraars van haar beroemde programma.

De drieling gaat wat beleven

Ik was vandaag even in Oost Souburg. Bij het paleis van Omroep Zeeland om tien mensen blij te maken. Waarmee? Dat hoor je komende week wel op de radio bij ‘Goedemorgen Zeeland’.

En omdat ik toch in de Kanaalstraat was ging ik ook nog even langs bij Anneke Bal die ik ken vanuit het streekdrachten wereldje. Zij verkoopt nu ook mijn boekje in haar winkel ‘De Sierspeld’. Dus ook de hele regio Vlissingen, Middelburg en Oost Souburg kan er even voor naar de winkel lopen in plaats van bestellen per post. Scheelt weer 4 Euro.