Maaaaaaaaaaauw

Het was ergens begin maart toen ik een leuk zwart koppie zag verschijnen, met twee prachtige gele kraaloogjes, aan mijn serredeur. Het was een eerste zonnige dag na een lange periode van regen en kou. Een mooie dag om even wat deuren open te zetten om te luchten, te poetsen en op te ruimen na een lange periode van somber, donker en koud weer. En dan zag ik plots dat koppie verschijnen. Een heel nieuwsgierig katje diende zich aan. Ik vond hem meteen leuk en gaf het beestje een poezensnoepje uit een zakje dat hier nog lag van Ineke. Dat was meteen een succes. Ik gaf het beestje er nog een, en nog een, en nog een, en ik zag dat het diertje uitgehongerd was. Daarop besloot ik een doos kattenvoer te gaan halen en vanaf dat moment werden we vriendjes. De poes bleef komen en als ze me niet zag begon ze te mauwen. Ik noemde hem Milo, omdat ik er vanuit ging dat het een katertje was, maar dat bleek niet het geval. Milo werd daarom Milou en we werden beste maatjes.

Die eerste ontmoeting ging ongeveer zo. De poes zat toen nog heel bescheiden en voorzichtig buiten en keek nieuwsgierig over de drempel van mijn serredeur. Dat wilde ik gaan schilderen en zo geschiedde. Een mooi klein schilderijtje van een eerste ontmoeting met een heel leuk diertje dat zomaar mijn leven in kwam wandelen.

Intussen zijn we al een fase verder en is Milou een vaste bezoekster van mijn hof. Behalve eten wil ze ook aandacht en die krijgt ze volop. Het is een zwerfkatje die er aan gewend is om buiten te leven, maar ze zoekt wel steeds meer contact. Ze blijkt niet gechipt te zijn en ik laat haar lekker haar eigen gang gaan. Als ze zo af en toe eens langskomt voor wat eten en een knuffel vind ik het prima en als ze hier wil komen wonen vind ik het ook best. De keuze is geheel aan haar.

Ik maak er nu een mooi klein schilderijtje van voor mezelf. Momenteel werk ik nog steeds aan het altaarretabel voor Sinterklaas en doe ik dit kleine werkje er even tussendoor.

Veranderende omstandigheden

In het atelier ben ik nog volop aan het werk aan het altaarretabel voor Sinterklaas. Vandaag of morgen denk ik het bovenste schilderij van dit monument af te kunnen werken. Dat betreft ‘Sint door de hemel’.

Intussen heeft mijn poezenbeest een eigen mandje. Tussen de bedrijven door vraagt dit beestje ook om aandacht die hij gewoon krijgt omdat hij zo leuk is. Hierdoor is mijn leven in Hoek een beetje veranderd.

Ik heb nu een kostganger. Dat is even wennen maar het heeft het leven wel een heel leuke wending gegeven.

Om die reden heb ik de serre aangepast aan deze omstandigheden en daar heb ik twee stoeltjes en een tafeltje neergezet, die ik vond bij de Zeeuwsche Kringloopbeurs in Sint Jansteen, om die serre, die meer dienst deed als opslagruimte, ook te gaan gebruiken om even lekker te kunnen gaan zitten. De poes heeft zijn mandje op een stoel staan, want dat vindt hij leuker dan een mandje op de grond, en er komt nu ook een poezenluikje in de serredeur zodat hij naar binnen en naar buiten kan wanneer hem dat het beste uitkomt. Als het een beetje meezit qua tijd ga ik dat vandaag voor hem in orde maken.

Promotie filmpje voor het boekje en meer

Om het boekje te promoten in de aankomende crowdfunding campagne van Voor de Kunst heb ik vanmorgen een filmpje opgenomen in het atelier. Speciaal voor deze gelegenheid heb ik mijn boerengoed aangetrokken om het streekkarakter van het verhaal te onderstrepen. Het filmpje komt, als het wordt goedgekeurd, straks on line te staan op de pagina die ik daarvoor heb van Voor de Kunst.

In de middag ben ik even wat gaan afleveren bij Art Gallery Pot en daar zag ik dat een werk van wijlen Rafaël Gorsen naast mijn Ballunatcs 8 staat. Dit is een van zijn vele werken waar ik iets mee heb. Het mooie aan dit ding is dat er ook nog een leuk verhaal aan kleeft.

Tijdens een expositie, waar ook Rafaël bij aanwezig was, vroeg een stel hem wat het voorstelde. Rafaël reageerde wat quasi verschrikt en trok toen een gezicht alsof hij zich ergens voor moest verontschuldigen. “Dit is een gek ding”, zei hij met een serieus gezicht. Ik barstte in lachen uit. Direct daarna gingen we samen even een peuk roken buiten. Ik rookte toen nog. Met een beetje samenzweerderige stem zei hij, “Ze geloven het nog ook”.

Dit was hem ten voeten uit. Rafaël hield niet van dit soort evenementen en maakte er graag een eigen feestje van. Ik had hem graag Vrijdag de dertiende, aanstaande, nog willen ontmoeten bij de opening van de nieuwe galerie, maar helaas. Gelukkig staat zijn werk er nog. Het is een beetje dubbel, maar ik vind het fijn maar ook wat raar om zijn scheppingen te zien terwijl de schepper er zelf niet meer is.

Lente

Een van de zaligheden van wonen en werken op het platteland van Hoek is wel dat je veel dichter bij de natuur zit dan in een stad. Als ik ‘s-morgens mijn atelier inloop zie ik wat ik al een beetje had verwacht.

Door de ramen heen fotograferen wil niet erg best lukken omdat de ramen nog vuil zijn van de storm van de afgelopen tijd, maar je ziet wat ik zag.

Afgelopen weekeind zijn de eerste lammetjes geboren bij mij aan de overkant. Een tweeling en een drieling. Maar er lopen nog meer drachtige schapen rond, dus zal hun aantal nog wel toenemen.

Vandaag mochten ze voor het eerst naar buiten. Je moet je voorstellen dat deze beestjes nog maar een paar dagen oud zijn. Buiten is het nog wat fris, ondanks het zonnetje, maar ze kunnen zo terug hun stal in als ze het niet prettig vinden.

Dan volgt de eerste ontmoeting met de kippen. De lammetjes zien die nu voor het eerst van hun leven.

Erg veel belangstelling hebben ze er niet voor ze ontdekken nu ook vers gras. En daar zijn ze dol op. Zo jong als ze nog zijn. Dit begrijpen ze meteen. De kippen bekijken alles met enige verbazing, maar gaan dan rustig verder met hun dagelijkse doen. Hier kan ik intens van genieten. En, wie weet, ga ik er nog iets van schilderen. Ik hoef alleen mijn veldezeltje maar op te pakken en naar de overkant te lopen.

Leen van Haaften

De tekst die ik via, via, tegen kwam om social media, over ‘De manager’, blijkt geschreven te zijn door Leen van Haaften. Op zijn site tref je tal van prachtige gedichten en verhalen aan en dus ook dit verhaal. De tekst die ik onder ogen kreeg is niet helemaal gelijk aan de oorspronkelijke tekst en daarom publiceer ik deze hieronder voor de goede orde.

What do you think we’re fighting for?

Jaren geleden maakte ik al eens een artikel over een belangrijk moment van besef in de moderne geschiedenis. Toen er nog mensen rondliepen die iets begrepen van het belang van kunst en cultuur. Nu dit door onze huidige bewindslieden actief wordt afgeserveerd breng ik het opnieuw onder de aandacht. Mijn oog viel onlangs op een tekst die op social media de ronde deed. Dat betreft het artikel hieronder.

Met de VVD voorop worden wij weggezet als subsidievreters

In dit neoliberale tijdsgewricht worden de kunsten verdacht gemaakt. De tactiek is altijd dezelfde, betoogt kunstenaar Tom S. Hageman.
Tom S. Hageman16 december 2019, 20:24


Toen men in het heetst van de Tweede Wereldoorlog aan Winston Churchill voorstelde geld weg te halen uit het cultuurbudget om de oorlogsinspanningen te bekostigen, keek hij verwonderd op en vroeg, ‘What do you think we’re fighting for?’
Het menselijk bestaan valt ruwweg te verdelen in een drietal basisbehoeften: materiële, emotionele en spirituele. Door de eerste overleven wij, door de tweede planten wij ons voort en door de derde onderscheiden we ons van alle andere dieren.

Churchills oorlog

Churchill wees hier op: materieel en emotioneel kunnen we net zo goed onder de nazi’s leven, we ­voeren oorlog om onze cultuur te beschermen.
Van de pakweg honderdduizend jaar menselijke geschiedenis is de laatste 40 duizend een culturele. De eerste getuigenissen van beschaving zijn kunstwerken: kleine beeldjes en grotschilderingen. Niet alleen in ­Europa, kunst ontwikkelde zich overal, ook in de meest geïsoleerde gemeenschappen. Aan de kunst is een gemeenschap ook te herkennen, het is de expressie van een samen­leving. Poëzie, muziek, beeldende kunst, het verbeeldt de ziel, de identiteit van een cultuur. Tegelijk is het de ingang tot nader begrip van onbekende culturen.

Nog honderd jaar geleden werd er onderscheid gemaakt tussen hogere en lagere kunst. De hogere hoorde bij de leefwijze van de (kleine) burgerlijke elite: theaters, concertgebouwen, musea werden vaak gesticht dank zij private initiatieven en financiële bijdragen uit die burgerklasse. De overgrote meerderheid van de bevolking had geen toegang tot hoger onderwijs met bijpassende levensstijl en behielp zich met levensliederen, volksdans en volkskunst: de zogenaamde lagere kunsten. De socialistische emancipatiebewegingen in de afgelopen eeuw beschouwden kunst dan ook als ‘het’ instrument tot ‘verheffing van het volk’.

Weinig verheffend

Het is weinig verheffend om te zien hoe uitgerekend de materiële erfgenaam van de burgerlijke elite van weleer, de VVD, nu is weggezakt in spirituele armoede.
Ooit was de welgestelde burgerij de beschermer van kunst en cultuur (zij het exclusief voor eigen kring), nu doet ze er alles aan om alles wat van betekenis, diepgang, hogere waarde is in de samenleving te dwarsbomen en waar mogelijk te vernietigen.
In de beeldende kunsten is alles wat na de oorlog werd opgebouwd aan ondersteuning, distributie, educatieve voorzieningen, vanaf het ­begin van de 21ste eeuw nagenoeg geheel afgebroken. Nu zijn de orkesten aan de beurt.

De tactiek is steeds hetzelfde: het begint met verdachtmakingen, scheldpartijen zelfs: kunstenaars worden uitgemaakt voor uitvreters, subsidieslurpers. Kunst en cultuur zijn overbodige uitwassen, want het leven draait immers om vreten, voortplanten en sterven.
Net als bij konijnen, wasberen, ratten en kakkerlakken. Dank zij de neoliberalen raken we honderdduizend jaar terug in de tijd.

De vertelavond

Traditiegetrouw beleefde ik weer de laatste voorstelling van het jaar in het Podium van Zaamslag met de vertelavond. Dit keer wel een heel bijzondere avond omdat mijn verhaal over de drieling van Terhole werd opgevoed door Jeanet d’Hont.

Rieneke van Wouwe

Het is een avond vol verhalen, boekpresentaties, muziek, poëzie en natuurlijk verhalen uit de streek. Deze avond werd o.a. het verhaal verteld van Dirk de Witte, de Terneuzense James Bond, ten tijde van de eerste wereldoorlog, die met zijn automobiel de Duitse consul over de grens met België vervoerde en zo, in een Duits uniform, verzetswerk kon verrichten. Dat zoiets niet zonder levensgevaarlijke omstandigheden werd uitgevoerd mag duidelijk zijn. Schrijfster Rieneke van Wouwe vertelde hierover en presenteerde zo haar boek over deze bijzondere Terneuzense geschiedenis. Je waant je dan al snel terug in de wereld van kolendamp, paardenstront op straat en kruitdamp van de strijdende partijen.

Afgewisseld met muziek vliegt de tijd en voor je het weet zie ik al de presentatie dia verschijnen van de drieling van Terhole. Ik heb een lading tekeningen afgegeven aan de regie van deze avond die de tekeningen, tijdens de voordracht, laten zien. Zelf mocht ik telkens op het knopje drukken om de juiste tekening op het juiste moment te kunnen laten verschijnen, waardoor ik er geen foto’s van kon maken.

Jeanet d’Hont deed de voordracht subliem. In het zuiver Axels. De vertaling van het verhaal in de streektaal werd vorig jaar gedaan door Meta Dieleman en Jeanet.

Om het verhaal enige agrarische uitstraling te geven had Theo zijn koe naar boven gehaald. Feitelijk een levensgroot knuffelbeest wat ongeveer net zo veel weegt als een echte koe.

Dik tevreden over deze avond poseren Theo (Hamelink) en ik nog even bij de koe. Speciaal voor deze avond steken we ons natuurlijk in streekdracht. Het boerengoed van Axel, waar we trots op zijn. Je zou er maar wonen, in het Land van Axel.

Drukke dag met kunstenmaken

Vandaag begon de dag met tekenen, schrijven, pagina’s maken, snijden van papier en het maken van een eerste dummy voor mijn boekje over het verhaal van de drieling van Terhole. Om half twaalf was ik aanwezig voor de lunch met de burgemeester Jan Lonink en twee wethouders, Jack Bagijn en Frank van Hulle, Brechtje van den Braak (Marketing, communicatie & consultancy van ‘Be the spark’) en Joost d’Hondt eigenaar van ‘t Zusje Terneuzen, in ‘t Zusje Terneuzen voor de presentatie van een omvangrijk en indrukwekkende visie over de voortgang en toekomst van de Mathildedag in Terneuzen en mogelijk ook heel Zeeuws Vlaanderen. Samen met Bureau Griffin’s Inc. is dit rapport samengesteld om nieuwe stappen te gaan zetten voor de toekomst van deze gedenkwaardige dag voor de stad, in een mooi vormgegeven ‘position paper’.

De presentatie vond natuurlijk plaats in de Mathildesalon. De lunch in het restaurant dat we helemaal voor ons zelf hadden. Inclusief bediening. De kok maakte voor ons een fantastische lunch en zo konden we met elkaar in een zeer ontspannen sfeer van gedachten wisselen over de Mathildedag en de voortgang daarvan.

Daarna moest ik gelijk door naar Sluis, alwaar de leerlingen van mijn schilderklas, met hun ouders, de wethouder van cultuur van Sluis en alle medewerkers van Cultuureducatie Zeeuws Vlaanderen aanwezig waren voor de opening van de tentoonstelling van het werk van de leerlingen in het Belfort van Sluis. Dit werk is de hele kerstvakantie te zien op de derde verdieping.

Cover lay-out voor het boekje over de drieling van Terhole

Thuis gaat het werk aan het boekje weer verder. Het plan om het verhaal in boekvorm uit te gaan geven heeft nu vaste vorm gekregen en het ligt in de bedoeling dat boekje te gaan presenteren medio Maart. Daarover later meer. In het boekje staat de lange versie van het spookverhaal van de drieling. Maar ook een hele hoop tekeningen. Meer tekeningen dan ik kan laten zien tijdens de vertelavond op 28 December bij het Podium van Zaamslag.

Hele dagen tekenen

Vandaag ben ik al weer vroeg in het atelier. Niet om te schilderen, maar om te tekenen. Ik werk nog steeds aan alle illustraties die ik wil maken voor het verhaal over de drieling van Terhole dat op 28 December a.s. voorgedragen zal worden door Jeanet d’Hont tijdens de vertelavond in het Podium van Zaamslag.

Door alle tekeningen op de grond te leggen in de juiste volgorde kan ik zien wat er nog ontbreekt en dat kan ik dan overzichtelijk verder aanvullen. En er ontbreekt nog heel wat. Steeds ontdek ik weer nieuwe ‘gaten’ in het beeldverhaal waar dan toch ook weer een illustratie voor getekend moet worden.

Er zitten soms juweeltjes bij die zomaar ontstaan, zoals deze. De man op de tekening is verdwaald in een wereld die compleet betoverd is en waar geen uitweg meer in te vinden valt.

Ten einde raad zakt hij neer tegen een boom. Doodvermoeid van het vele lopen en radeloos omdat hij niet meer weet hoe hij hier ooit nog uit kan komen. Het is  een fragment van een eigentijds spookverhaal dat ik geschreven heb over een wonderbaarlijke drieling.

Spookverhalen worden hier al eeuwenlang verteld en geschreven. Dat maakt deze streek ook wel heel speciaal. Als klein ventje kreeg ik ooit het boek van Johan de Vries in handen wat ik helemaal grijs gelezen heb. Van jongs af aan was ik al geïnteresseerd in deze verhalen en het is dan ook geheel aan die interesse te danken dat ik nu zelf spookverhalen zit te schijven, en te tekenen. Al die verhalen hebben een zekere oorsprong in het dagelijks leven. Ook mijn verhaal.

Ik maak er nu zelf de illustraties bij voor de vertelavond in Zaamslag. Maar stil aan werk ik nu ook aan het uitgeven van een eigen boekje met dit verhaal. Of dat allemaal gaat lukken is nog maar de vraag, maar ik ga het uitzoeken, en wie weet komt er straks nog een boekje met het verhaal en alle tekeningen.

Sleutelen

Paulette, van de Zeeuwsche Kringloopbeurs uit Sint Jansteen, zag mijn vraag om oude sleutels en die had ze. Een heleboel. Ik mocht er de juiste uitzoeken. De grootste, omdat die beter te schilderen zijn. Zo sponsort zij de Cultuur educatie in Zeeuws Vlaanderen, waarvoor grote dank.

Dan krijg ik al een aardige verzameling bij elkaar. Ideaal, want dan kunnen de leerlingen daar straks een keuze uit maken. Er komen straks nog meer sleutels, van collega Hans Leijerzapf (waar ik stiekem enorm fan van ben), over de post. Hele mooie. Ik heb nu dus sleutels genoeg om de workshop van start te kunnen laten gaan.

In het atelier heb ik al een mooie opstelling gemaakt met een van de standaards die ik special voor dit doek vervaardigd heb. Daar ga ik vandaag mee aan de slag. Deze sleutel is overigens gesponsord door ‘De Stoof Brocante‘ uit Zaamslag. Zo heeft iedereen een sleutel bijgedragen aan dit project.

Het gevaarlijke van deze leuke winkels in Zeeuws Vlaanderen is dat ik er altijd wel iets zie wat ik niet kan laten staan. Zoals deze lamp die ik bij de Zeeuwsche Kringloopbeurs aantrof. Juust wa’k zocht. Van de oude olielamp is, destijds, een electrieke gemaakt. Maar dan wel met een oude porseleinen fitting uit het jaar kruik. Nu nog even alles nazien op veiligheid en ik heb weer een mooi hoekje sfeerverlichting bij in mijn paleisje.